Gaura in de tuin

Hoe de prachtkaars onze tuinen verovert

In de jaren 90 waren hortensia’s hip, rond 2000 mocht het allemaal wat strakker met siergrassen, en nu verovert de weelderige prachtkaars onze tuinen. Wat is er zo speciaal aan dat frêle, wit-roze bloemetje?

18:28

Ze is één van de favorieten van de bekende Nederlandse tuinarchitect Piet Oudolf, maar mogelijk heeft u nog nooit van haar gehoord. Toch is de kans groot dat u ze al gezien hebt. Want de sierlijke prachtkaars (Gaura) is aan een stevige opmars bezig in onze tuinen. “Als ze binnenkomt, verkoopt ze altijd goed”, klinkt het bij tuincentrum Euroflora. “Mensen zien dat ergens en dan willen ze dat ook. Maar ook Japans bloedgras en alliums vliegen de deur uit.” Hetzelfde geluid bij tuincentrum Moens: “Gaura vraagt weinig onderhoud. Je moet ze maar één keer snoeien, en voor de rest laat je plant rustig betijen.”

“Ik werk er al een jaar of vijf mee”, vertelt tuin- en landschapsarchitect Yannick Meul aan de telefoon. Doorgaans tekent hij moderne tuinen “met niet te veel tralala” – lees: weinig onderhoud – maar een bloemetje hier en daar moet kunnen. En dan is Gaura de ideale accentbeplanting. “Ik leerde ze kennen in Griekenland en informeerde meteen of kwekers in België ze ook hadden.” Sindsdien hebben ze een vaste plek in zijn ontwerpen. “Wij planten de bloem vaak in grote volumes aan in combinatie met verbena en zonnehoed.” Die mix kreeg snel navolging, vertelt hij. “Mensen kwamen vragen wat het was, en ook gemeentes begonnen die combinatie aan te planten op openbare pleinen.”

Seventiesstruik

Zoals zoveel sierplanten komt de prachtkaars uit Noord-Amerika. Er bestaan een twintigtal soorten, maar slechts één is geschikt als echte tuinplant: de Gaura lindheimeri, met sierlijk waaierende stengels. “Gaura is eigenlijk een eenjarige plant, maar we merken meer en meer dat ze overwintert en blijft staan”, zegt Meul. Nog voordelig: “De bloem is goedkoop, en kan goed tegen nat en droogte. Ze gedijt goed op vrijwel alle ondergronden.” Een keer per jaar moet je ze snoeien. Dat gebeurt best eind augustus, als de bloei wat minder wordt.

Als tuinarchitect die al zestien jaar bezig is, zag Meul tal van trends passeren. “Oudere mensen houden vaak vast aan hun ‘seventiesstruik’ of hun Engelse cottage-tuin. Als reactie daarop werden groene, strakke tuinen populair. Nu is er in elke laag van de bevolking een tendens naar ‘bloeiende beweging’. Veel van de mensen die tien jaar geleden een ‘saaie tuin’ aangelegd hebben, vragen nu om meer kleur. Dat is zeker een verdienste van acties als ‘Maai mei niet’ en de bloemen-bijenbeweging. Er is meer ecologisch bewustzijn nu.”

Corona-effect

Behalve het ecologische bewustzijn heeft ook corona onze blik op de tuin grondig veranderd, zegt Meul. “Onze tuinen moesten gebruiksvriendelijker worden. Klanten willen dat hun kinderen in de tuin bessen kunnen plukken. Ze willen fruitbomen om hun eigen appels te oogsten. Toen ik startte, was een tuinontwerp een luxeproduct voor de happy few, nu lenen jonge mensen bij om de tuin meteen mooi aan te leggen, zodat ze er optimaal van kunnen genieten. Een tuin is meer dan een lapje gazon.”

Ook de klimaatopwarming speelt daar een rol in, zegt Meul. “Kijk naar wat er met de buxus gebeurd is: door de mildere winters heeft de buxusmot zich overal verspreid en de struiken kaalgevreten. Dan investeren klanten liever in steeneik (Quercus ilex) of mediterrane planten zoals olijfbomen.”

Samenwerken ?
Bekijk ons aanbod